SMartBe

baseline

maandag 30 januari 2012

Werkloosheid voor kunstenaars: meer info over de toepassing van de Paritaire Comités en prestaties in het buitenland

1. De Paritaire Comités (PC):

Volgens verschillende bronnen zou de RVA voor de toepassing van de ‘voordeelregel’ voor kunstenaars in de werkloosheid vooral nagaan onder welk Paritair Comité (PC) de opdrachtgever werkt. De Paritaire Comités die niets met de artistieke sector te maken hebben, zouden problematisch zijn en niet in aanmerking komen. Dit zou vooral gelden voor het PC 329 (socio-culturele sector).

Nemen we de laatste versie van de infobrief van 21 december 2011 de RVA erbij dan staat er over de Paritaire Comités:

 "Het betreft vooral arbeid onder het Paritair Comité nr. 303 (filmbedrijf) of 304 (vermakelijkheidsondernemingen) of nr. 227 audiovisuele media. De administratie en het beheer van dergelijke contracten wordt evenwel dikwijls toevertrouwd aan SBK’s (Sociaal Bureau voor Kunstenaars) die dan als werkgever optreden. Aldus kan op het formulier C4 het Paritair Comité nr. 218 (bedienden), nr. 322 (interimarbeid) of nr. 337 (non-profitsector) vermeld zijn.” 

Wij beklemtonen dat er momenteel dus geen enkele beperking is voor de toepassing van de Paritaire Comités op de artistieke contracten. Om voor de voordeelregel in aanmerking te komen gaat het hem wel degelijk over de aard van de prestatie dat men voor een opdrachtgever uitvoert en niet over de sector waarbinnen deze werkt.

In de vorige versie van de infobrief van de RVA sprake me nog van ‘het betreft met name om arbeid (…)’. De evolutie van deze ‘met name’ naar een ‘vooral’ in de nieuwste versie doet ons vrezen dat er weliswaar een verstrenging van de regelgeving op til is. Wat dus met een muzikant die voor een bedrijf (bv. een bank) speelt ter gelegenheid van hun eindejaarsfeest? Is dit dat geen spektakel?

Kortom, wij herbevestigen dat voor het bekomen van de ‘voordeelregel’ in de werkloosheid de sector waarbinnen de opdrachtgever werkzaam is noch het Paritaire Comité een obstakel mogen vormen.

2. Prestaties in het buitenland:

De RVA zou ook de aanvragen blokkeren voor het verkrijgen van een verlenging van het artikel 116§5 (behoudt van rechten in de eerste periode) voor prestaties in het buitenland en die met een SMartBe contract worden uitgevoerd. Men gebruikt daarbij vooral het voorwendsel dat er extra bewijsmateriaal moet worden voorgelegd, zoals een U1 of E301 (voor prestaties in Europa) en een bevestiging dat de sociale bijdragen al in het buitenland werden betaald. We benadrukken dat deze voorwaarden enkele gelden voor prestaties uitgevoerd in het buitenland. Het gaat hier niet om prestaties op verplaatsing noch om de verkoop van kunstwerken in het buitenland.

In alle gevallen vertegenwoordigt SMartBe de werkgever in de ogen van de RSZ en dus ook voor de werkloosheid. In de hoedanigheid van Belgische werkgever detacheert SMartBe haar leden voor het uitvoeren van opdrachten in het buitenland. Een detachering wordt altijd gemeld op de website van de RSZ met het formulier A1 (voorheen E101). Deze manier van aangifte vereenvoudigt aanzienlijk het werk en laat toe om alle elementen van een werknemer en zijn/haar sociale zekerheid voor zijn land van herkomst te centraliseren. Deze procedure werd nooit eerder door de RVA in vraag gesteld.

De bevoegdheden van de RVA laten ook niet toe om in te gaan tegen een beslissing van de RSZ. Het is dus niet normaal dat de RVA deze dossiers blokkeert. Er zijn leden die recent het advies kregen om niet meer met SMartBe samen te werken voor hun prestaties in het buitenland. Ze trekken daarvoor naar een andere organisatie. Maar eigenlijk is er hier dus geen enkele reden toe.

Lees ook dit artikel om weer te weten over de concrete acties die SMartBe momenteel onderneemt.

Contact

Heb je vragen over het toepassen van de Paritaire Comités of prestaties in het buitenland? Contacteer onze juridische dienst via 02/542.19.24. of via jurists@smartbe.be. Zij zullen helpen met bij het uitklaren van je situatie en beantwoorden al je vragen.