SMartBe

baseline

woensdag 1 september 2010

Beroepsloopbanen voor tijdelijke werkkrachten: hoe geraak je uit het sociale en administratieve moeras?

Projectwerk wordt gekenmerkt door een opeenvolging van korte opdrachten. Deze worden niet altijd vergoed en de opdrachtgevers zijn vaak uit diverse sectoren en gewesten afkomstig. De opdrachten zelf zijn vaak afgestemd op de persoon die ze uitvoert en zijn specifieke competenties.

Om een oplossing te vinden voor de problematiek van korte opdrachten in de artistieke wereld, heeft België in 2003 een grote sociale innovatie doorgevoerd: een statuut sui generis dat ondernemerschap nauw laat aanleunen bij het werknemersstelsel. Daardoor kregen kunstenaars toegang tot een volledige dekking binnen de algemene sociale zekerheid.

Deze hervorming gaat vergezeld met de invoering van een nieuwe categorie van tijdelijk werk voor kunstenaars, maar ook voor de technici in de podiumkunsten die met een werkcontract worden aangeworven. Deze maatregel werd getroffen om de aanwerving te vereenvoudigen van kunstenaars en technici door occasionele opdrachtgevers die daarvoor niet altijd de noodzakelijke administratieve infrastructuur hebben. De wet laat hen toe om gebruik te maken van de diensten van gespecialiseerde uitzendkantoren en van sociale bureaus voor kunstenaars (SBK). Culturele bedrijven worden hiervan wel uitgesloten. We herinneren eraan dat een uitzendcontract afgesloten wordt met een uitzendkantoor dat een werknemer ter beschikking stelt van een gebruiker. De patronale autoriteit wordt gedeeld tussen het uitzendkantoor en de klant. De andere situaties waarin de wet uitzendwerk toelaat zijn heel beperkt. Het is mogelijk om hierop beroep te doen tijdens beperkte periodes om een vaste werknemer te vervangen, in het geval van een tijdelijke toename van het werk bovenop de normale activiteiten van het bedrijf, mits er een voorafgaande syndicale overeenkomst gesloten werd en voor het uitvoeren van uitzonderlijk werk voor zover dat dit in een cao werd opgenomen en het geen deel uitmaakt van de gewone gang van zaken in het bedrijf. De Europese richtlijn 2008/104/CE van 19 november 2009 over uitzendwerk stelt dat de verboden en beperkingen voor het gebruik van uitzendkrachten enkel nog verantwoord kunnen worden door het algemeen belang. Dit omvat de bescherming van de werknemers, veiligheids- en gezondheidseisen op de werkplaats en de noodzaak om de arbeidsmarkt goed te laten functioneren, met inbegrip van het voorkomen van misbruik. De kans bestaat dat het gebruik van uitzendarbeid in de toekomst aanzienlijk zal toenemen. Is dit de oplossing voor het projectwerk?

De beschikbare gegevens tonen aan dat andere beroepen uit de culturele en creatieve sectoren (technici, journalisten, curatoren, grafici, leerkrachten, administratieve medewerkers, public relations, etc) met de dezelfde situaties als het projectwerk te maken krijgen: opeenvolgende contracten en prestaties, verschillende statuten, onregelmatig werk en onregelmatige inkomsten, periodes van werkloosheid en de verplichting om internationaal mobiel te zijn. In het licht van deze vaststelling, stellen we ons de vraag of niet alle tijdelijke werkkrachten recht hebben op de instrumenten en middelen die nu bestaan voor kunstenaars om hun carrière te stabiliseren.

De hervorming van het kunstenaarsstatuut heeft er nog niet toe geleid dat het statuut van de ondernemer als bijna-loontrekkende, dat voor de kunstenaars uitgewerkt werd, ook op administratief vlak een concrete vorm aannam. Daarvoor is een speciaal sociaal secretariaat nodig, dat onafhankelijk werkt van het bedrijf waarvoor de werkkracht een prestatie verricht en dus aan de werkkracht zelf verbonden is. Dit secretariaat moet zich toespitsen op de typische noden van het projectwerk. Een centraal dossier maakt een sociaal continuüm mogelijk, de uitbetaling van de lonen moet gegarandeerd zijn, een beleid op het vlak van internationale mobiliteit is noodzakelijk en er moet informatie beschikbaar zijn die afgestemd is op de realiteit van het projectwerk. Wordt het geen tijd dat deze innovatie ook toegankelijk wordt voor andere tijdelijke werkkrachten?

Door de creatieve beroepen beter te organiseren en te professionaliseren zal de culturele en creatieve sector veel efficiënter worden.
 
Suzanne Capiau is advocaat in Brussel, conferentievoorzitster aan de ULB en ze geeft les aan de universiteit van Metz.

 

Foto: Melissa Cucci