SMartBe

baseline

dinsdag 26 oktober 2010

Stripauteurs en illustratoren in België, geen rooskleurig plaatje.

De Belgische stripauteurs en illustratoren mogen dan al een sterke traditie en internationale reputatie opgebouwd hebben, maar tegenwoordig ziet de situatie er voor velen niet rooskleurig uit. Dat blijkt onder andere uit de online bevraging bij 263 stripauteurs en illustratoren en de groepgesprekken die SMartBe het voorbije jaar organiseerde.

Zo had maar liefst vier op de tien deelnemers van de online enquête tussen 2005 en 2009 geen contract en zit een ruime meerderheid met een maandelijks inkomen lager dan het Belgische gemiddelde van 2.140 euro. Een meerderheid van de Nederlandstalige stripauteurs en 40% van de Franstalige kunstenaars vult zijn artistiek inkomen aan met andere inkomsten (veelal met opdrachten van bedrijven of door les te geven). Ook de rol van de werkbeurzen (vooral subsidies van de overheid) is niet te onderschatten, 52 respondenten hebben tussen 2005 en 2009 een werkbeurs ontvangen.

Terwijl velen aangeven de vrijheid van het creatieve beroep te waarderen, is een ruime meerderheid van de Franstalige respondenten en bijna de helft van de Nederlandstaligen niet tevreden over de inkomsten uit hun artistieke werk. Wie al een contract heeft, klaagt over laattijdige uitbetalingen.

Nogal wat kunstenaars zijn te weinig op de hoogte van de diverse statuten en van de talrijke rechten (auteurs-, morele en merken). Het kunstenaarsstatuut is trouwens niet aangepast aan de situatie van de stripauteurs en illustratoren, ze gebruiken het dan ook zelden.

Het aantal personen dat in de creatieve sector van het beeldverhaal en de illustratie wil werken, is de laatste decennia toegenomen, maar vraag en aanbod sluiten niet goed op elkaar aan. Dat is zo in de meeste culturele sectoren en velen zijn dan ook sterk afhankelijk geworden van subsidies. De strip- en illustratiesector krijgt verhoudingsgewijs veel minder ondersteuning dan bijvoorbeeld de podiumkunsten, maar zelfs die beperkte steun staat ter discussie. Over de vraag of en hoe de overheid zich dan moet inlaten met cultuur lopen de meningen sterk uiteen.

Het subsidiebeleid inzake strip en illustratie wordt zowel door sommige professionelen (auteurs en uitgevers) als door sommige buitenstaanders als problematisch ervaren. Vanuit de professionele hoek komt de klacht dat sommige collega’s te veel of te lang gesubsidieerd worden en men ervaart het als een vorm van concurrentievervalsing. De gesubsidieerde auteurs zijn dan weer - vanzelfsprekend - veelal voorstander van werkbeurzen.

Kortom, kunstenaars vormen niet echt een uniforme groep, omdat ze onderling qua artistieke visie sterk verschillen en vaak ook uiteenlopende belangen te verdedigen hebben. Zo vinden talrijke illustratoren het moeilijk om een haalbare prijs te bepalen waarbij men toch nog kan meedingen met collega’s. Men kent elkaars prijzen niet of onvoldoende. Debutanten, die nog niet gekend zijn, kunnen de neiging hebben om te weinig te vragen. Afspraken over minimumprijzen zijn moeilijk te maken, want de ene illustratie is de andere niet.

Een mogelijke oplossing zou kunnen zijn om te werken met gespecialiseerde tussenpersonen (agenten), die de zakelijke kant van het artistieke bedrijf kennen en relaties hebben met verschillende media en uitgeverijen. Zo’n agent betekent wel een meerkost voor de kunstenaar, maar als die goed werkt, kan die zichzelf terugbetalen. In Nederland is er bijvoorbeeld Comic House dat een zeventigtal tekenaars vertegenwoordigt. Als zo’n agency voldoende grote namen in huis heeft, kan het een goed prijzenbeleid voor de aangesloten leden voeren.

Pascal Lefèvre  

Pascal Lefèvre M. Di Salvia, P. Lefèvre, Strip en illustratie in België. Een stand van zaken en de sociaaleconomische situatie van de sector, in samenwerking met Haruyki Nakano en het Studiebureau van SMartBe, Uitg. SMartBe, nov. 2010. Prijs: 9 €.

De studie zelf kan je vanaf 19 november hier gratis downloaden en wordt ook gratis uitgedeeld aan de deelnemers van het colloquium.